ECLI:NL:RBMNE:2023:4703
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en handhaving WOZ-waarde vrijstaande woning in Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op € 642.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar en legde de aanslag onroerendezaakbelasting op basis van deze waarde.
De rechtbank heeft de zaak inhoudelijk behandeld en beoordeelde of de waarde van de woning te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen uit dezelfde bouwperiode en met vergelijkbare ligging en uitstraling.
Eiser voerde aan dat de woning verouderd en slecht onderhouden is en dat er onvoldoende rekening is gehouden met deze staat. Ook betwistte hij de geschiktheid van een van de referentiewoningen vanwege verschillen in woningtype en grootte. De rechtbank oordeelde echter dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de verschillen en dat de referentiewoningen passend waren gekozen.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van € 642.000 niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De WOZ-waarde en de aanslag blijven gehandhaafd. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 642.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.