Overwegingen
1. Om in aanmerking te komen voor dubbele kinderbijslag moet sprake zijn van intensieve zorg. Dit is voor een kind in de leeftijdscategorie van tien tot zeventien jaar het geval als op minimaal drie onderdelen een zware zorgbehoefte wordt aangenomen (drie punten).Voor [A] is een zware zorgbehoefte aangenomen voor de functie “alleen thuis zijn”. Bij de beoordeling is verweerder uitgegaan van de adviezen van het CIZ van
17 augustus 2022, 22 mei 2023 en 15 juni 2023. Tijdens de zitting heeft de medisch adviseur van het CIZ de adviezen aangevuld en op de laatste beroepsgronden gereageerd. Een advies van het CIZ is een deskundigenadvies. Dit betekent dat verweerder in principe van dit advies mag uitgaan, tenzij er reden is om te twijfelen aan de zorgvuldigheid, juistheid of volledigheid van het advies.
2. Bij de beoordeling of een kind intensieve zorg nodig heeft, hanteert het CIZ het Beoordelingskader BUK 2018 (het Beoordelingskader). Volgens vaste rechtspraak is het Beoordelingskader aan te merken als een vaste gedragslijn. Het CIZ mag dit als uitgangspunt nemen voor de beoordeling of iemand aanspraak maakt op dubbele kinderbijslag.Het CIZ moet echter in een voorkomend geval, waarin de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, per item beoordelen of, in weerwil van de criteria van het beoordelingskader, sprake is van een situatie van intensieve zorg. Het ligt daarbij wel op de weg van de aanvrager om aan de hand van concrete, verifieerbare en te objectiveren feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat hiervan sprake is.
Is het onderzoek zorgvuldig uitgevoerd?
3. Eiseres voert aan dat de adviezen van het CIZ onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. Bij het opstellen van het advies van 23 januari 2023 heeft het CIZ de input van de begeleidster van [A] , mevrouw [D] , van 27 januari 2023 ten onrechte niet afgewacht en meegenomen. Verder voelde eiseres zich onder druk gezet om in te stemmen met een tweede verlenging van de beslistermijn. Ook vindt ze het niet eerlijk dat zij lang moest wachten op het advies, terwijl het CIZ slechts kort wenst te wachten op de antwoorden van hulpverleners. Eiseres stelt voorts dat uit de reactie van het CIZ van
1 juni 2023 volgt dat het CIZ-advies in bezwaar niet op het juiste deskundigheidsniveau is opgesteld. Ook dit maakt het onderzoek onzorgvuldig.
4. Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit het dossier blijkt dat het CIZ op
19 december 2022 bij mevrouw [D] informatie heeft opgevraagd. Op
9 januari 2022 heeft het CIZ een rappel gestuurd en een nadere termijn voor een reactie gegeven. Mevrouw [D] heeft binnen deze termijn niet gereageerd, terwijl het CIZ wel een leesbevestiging van de mail had ontvangen. Het is naar het oordeel van de rechtbank onder deze omstandigheden niet onzorgvuldig dat het CIZ het advies van 23 januari 2023 heeft afgegeven zonder de reactie van mevrouw [D] af te wachten. Daarbij heeft het CIZ in beroep de inbreng van mevrouw [D] wel bij de beoordeling betrokken. Ter zitting heeft het CIZ aangegeven dat de reactie van mevrouw [D] van 4 juli 2023 niet tot een andere conclusie leidt. Eiseres heeft de brief van mevrouw [D] van
27 januari 2023, waarnaar eiseres in de gronden van beroep verwijst, niet ingebracht. De rechtbank gaat ervan uit dat de informatie in de brieven van 27 januari 2023 en 4 juli 2023 niet wezenlijk van elkaar verschilt. In de opmerking van eiseres over het verlengen van de beslistermijn leest de rechtbank geen concrete beroepsgrond. Tijdens de zitting bleek ook dat dit meer een uiting van ongenoegen betreft over de wijze waarop de het CIZ de zaak van eiseres heeft afgehandeld.
5. De rechtbank volgt niet dat het CIZ-advies in bezwaar niet op het juiste deskundigheidsniveau is opgesteld. Het medisch advies van 23 januari 2023 is namelijk opgesteld door mevrouw [C] , de medisch adviseur van het CIZ. Van enige onzorgvuldigheid in dit verband is de rechtbank niet gebleken.
Had [A] meer punten moeten krijgen?
6. Eiseres vindt dat het CIZ ook een punt moet toekennen voor de functie “lichaamshygiëne”. Zij voert hiertoe aan dat [A] geen enkel belang aan lichaamshygiëne hecht. Hij heeft hierbij veel aansporing nodig en er moeten verschillende taken worden overgenomen dan wel fysiek ondersteund. Zo wast de vader van [A] zijn haren. Ook moeten zijn tanden worden nagepoetst, omdat [A] een beugel draagt.
7. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Uit het CIZ-advies blijkt dat de lichaamshygiëne van [A] een moeizame aangelegenheid is, maar dat dit deels hoort bij zijn leeftijd. [A] kan zelf de benodigde handelingen uitvoeren. Hij heeft hierbij (vooral mondeling) aansturing nodig en moet eventueel in de gaten worden gehouden. Dat er steeds iemand aanwezig moet zijn en dat structureel taken moeten worden overgenomen, is niet (geobjectiveerd) onderbouwd. Het CIZ kent daarom geen punt toe voor de functie “lichaamshygiëne”. In wat eiseres heeft aangevoerd komt geen ander beeld naar voren dan wat het CIZ in de medische adviezen heeft beschreven en beoordeeld. De rechtbank ziet voor het onderdeel “lichaamshygiëne” geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de adviezen van het CIZ.
Eten en drinken
8. Eiseres vindt dat [A] een punt moet krijgen voor de functie “eten en drinken”. [A] kan weliswaar zelf eten, maar is onverzadigbaar. Hierdoor is er contante controle en sturing nodig. Ook is er sprake van obesitas. Het is volgens eiseres aannemelijk dat [A] een eetstoornis heeft. Eiseres voert aan dat verweerder aan een ander kind in een vergelijkbare situatie wél een punt heeft toegekend.
9. De rechtbank oordeelt als volgt. Uit de adviezen van het CIZ volgt dat geen score is toegekend voor “eten en drinken”, omdat [A] in staat is om dit zelfstandig te doen. In het Beoordelingskader staat dat bij een eetstoornis een punt kan worden toegekend als de stoornis is vastgesteld door een kinderarts of psychiater. Dit is bij [A] niet het geval. Hoewel bij [A] sprake is van problematisch eetgedrag, is niet met objectieve stukken onderbouwd dat hij een eetstoornis heeft. Bij een eetstoornis had het – zoals de medisch adviseur tijdens de zitting heeft toegelicht – in de lijn der verwachting gelegen dat hiervoor deskundige hulp wordt ingeschakeld. De rechtbank oordeelt dat het CIZ hiermee voldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom geen punt is toegekend voor ‘eten en drinken’. In wat eiseres over deze functie heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de adviezen van het CIZ op dit onderdeel.
10. Het argument van eiseres dat een ander kind met vergelijkbaar eetgedrag wel een punt heeft gekregen slaagt niet. Om als gelijke gevallen te worden aangemerkt, moet de situatie overeenkomen. Met de enkele stelling is niet duidelijk geworden of de zorgbehoefte van het andere kind, de leeftijd en andere relevante omstandigheden volledig gelijk zijn aan die van [A] .
Begeleiding buitenshuis
11. Buitenshuis wordt [A] in beginsel altijd begeleid. Eiseres vindt dat voor de functie “begeleiding buitenshuis” daarom ook een punt moet worden toegekend. [A] is makkelijk te beïnvloeden en komt snel in conflictsituaties. Hierdoor is buitenshuis veel begeleiding nodig. [A] gaat soms alleen met het openbaar vervoer, waarbij er onderweg telefonisch contact is en [A] in de gaten wordt gehouden door middel van een tracker. Het afleggen van deze route is uitgebreid met [A] geoefend. Ook doet [A] wel eens boodschappen, maar ook hierbij zijn voorzorgsmaatregelen en ondersteuning nodig.
11. Wat eiseres aanvoert maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat het CIZ voor begeleiding buitenshuis een punt moest toekennen. Tussen partijen is niet in geschil dat [A] af en toe alleen met het openbaar vervoer naar school gaat en zelf boodschappen doet. Uit het toetsingskader volgt dat in zo’n geval geen punt wordt toegekend voor de functie “begeleiding buitenshuis”. De beroepsgronden die betrekking hebben op deze functie doen daarom niet af aan de conclusies van het CIZ.
Bezighouden, handreikingen
13. [A] krijgt zowel thuis als op school veel individuele begeleiding. Hij wordt ondersteund door MK Zorgvuldig en TC Stap. Ook krijgt hij huiswerkbegeleiding en op school krijgt hij extra hulp. Hieruit blijkt dat [A] veel structuur en activering nodig heeft. Anders dan het CIZ aanneemt, moet [A] volgens eiseres ook bij het spelen met de PlayStation constant begeleid worden. [A] kan namelijk erg boos worden als hij verliest. Hieruit volgt dat [A] een punt moet krijgen voor de functie “begeleiding, handreikingen”, aldus eiseres. Ook meent zij dat het CIZ ten onterechte niet heeft beoordeeld of alle activiteiten binnenshuis georganiseerd moeten worden. Ook met betrekking tot deze functie voert eiseres aan dat verweerder in een andere zaak, met nota bene minder ondersteuning dan [A] heeft, wel een punt heeft toegekend.
13. Uit het dossier blijkt dat [A] veel structuur nodig heeft en veel baat heeft bij duidelijkheid. De rechtbank oordeelt dat het CIZ voldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd dat dit onvoldoende is om aan te nemen dat [A] een complete dagstructuur nodig heeft. Zoals het CIZ in het advies van 15 juni 2023 vaststelt, gaat [A] naar het regulier middelbaar onderwijs. Daar is geen sprake van een complete dagstructuur. Ook is [A] , hoewel in beperkte mate, in staat om zichzelf met games te vermaken. Dat [A] soms gekalmeerd moet worden, ziet naar het oordeel van de rechtbank niet zozeer op de functie “bezighouden, handreikingen”, maar eerder op de vraag of enig toezicht nodig is. Er is niet onderbouwd of gebleken dat alle activiteiten die [A] binnenshuis verricht georganiseerd moeten worden. Hiermee voldoet de situatie van [A] niet aan de eisen die het Beoordelingskader ten aanzien van deze functie stelt. Voor zover een beroep wordt gedaan op een vergelijkbaar geval, is dit ook weer enkel gesteld en niet nader geconcretiseerd. De beroepsgrond slaagt niet.
Moest verweerder afwijken van het Beoordelingskader?
15. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat het CIZ voor de onderdelen “lichaamshygiëne”, “eten en drinken”, “begeleiding buitenshuis” en “bezighouden en handreikingen” voldoende heeft gemotiveerd dat [A] niet voldoet aan de criteria van het Beoordelingskader.
16. De rechtbank is echter ook van oordeel dat er ten aanzien van [A] concrete, verifieerbare en objectiveerbare feiten en omstandigheden zijn zoals bedoeld in rechtsoverweging 2, die het mogelijk maken dat los van het Beoordelingskader toch sprake is van een intensieve zorgbehoefte. Zo heeft [A] een tamelijk forse indicatie op grond van de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) voor zestien uur begeleiding per week. Daarnaast heeft hij een aantal uren per week huiswerkbegeleiding. Uit de medische adviezen blijkt niet dat het CIZ deze beoordeling los van het Beoordelingskader heeft gemaakt. Verweerder heeft de medische adviezen ten grondslag aan de besluitvorming gelegd. Als gevolg hiervan lijdt het bestreden besluit aan een motiveringsgebrek.
16. Dit betekent dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluiten dient te worden vernietigd. Desgevraagd heeft verweerder ter zitting aangegeven dat hij geen aanleiding ziet om tot een andere beoordeling te komen dan in het bestreden besluit is vervat. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding om verweerder de gelegenheid te bieden om het geconstateerde gebrek te herstellen door middel van een zogenoemde bestuurlijke lus. De rechtbank ziet ook geen mogelijkheid om tot finalisering van deze zaak over te gaan. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt daarvoor een termijn van vier weken na verzending van deze uitspraak.
18. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,-). Eiseres heeft voorts verzocht om vergoeding van haar reis- en verletkosten voor een totaalbedrag van € 46,20. Verweerder heeft de hoogte van dit bedrag niet betwist. Ook dit bedrag zal de rechtbank als vergoeding toewijzen.
19. Omdat het beroep gegrond is, dient verweerder aan eiseres ook het bedrag van
€ 50,- aan griffierecht te vergoeden.