Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 14 juli 2023;
- de schriftelijke reactie van de rechters.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze wrakingszaak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door zijn advocaat, een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Midden-Nederland. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid van de rechters bij hun beslissing om de voorlopige hechtenis van verzoeker niet te schorsen of op te heffen. Verzoeker stelde dat de rechters de schijn van vooringenomenheid wekten doordat zij geen kennis hadden genomen van het proces-verbaal van een getuigenverklaring van [A], welke ontlastende informatie zou bevatten.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de beslissing om het onderzoek ter zitting voort te zetten ondanks het ontbreken van het proces-verbaal een procesbeslissing betreft waartegen wraking niet mogelijk is. De rechters hadden navraag gedaan bij het kabinet van de rechter-commissaris en de advocaat van verzoeker had de strekking van de verklaring van [A] ter zitting weergegeven, welke is meegewogen in de beslissing.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen sprake is van vooringenomenheid of de schijn daarvan, omdat de rechters objectief en gemotiveerd hebben beslist dat er ernstige bezwaren blijven bestaan. Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en de voorlopige hechtenis blijft ongewijzigd.