Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V ., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
Inleiding
- namens vergunninghouder: [F] , [G] , [H] en [I] , bijgestaan door de gemachtigde van vergunninghouder en de door vergunninghouder meegenomen deskundigen dr. [J] en [K] van [onderneming 3] ;
- namens de StAB: drs. ing. [L] en ing. [M] .
Overwegingen
- de geuremissie van de visrokerij;
- welk percentiel (98 of 99,9) getoetst moet worden om de mate van geurhinder goed te kunnen beoordelen; en
- aan welke waarde vervolgens getoetst moet worden om te kunnen beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau.
waarschijnlijkniet kan worden voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De StAB heeft inderdaad indicatieve berekeningen verricht, maar waar het bij de conclusies van de StAB om gaat is dat de deskundigen van het college en vergunninghouder onjuiste uitgangspunten hebben gehanteerd bij het berekenen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Of, zoals volgt uit de indicatieve berekeningen van de StAB, met de juiste uitgangspunten sprake zal zijn van een overschrijding van de grenswaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau zal het college moeten onderzoeken.
60 dB(A) sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat, omdat door de hoge (voorgeschreven) gevelgeluidwering de binnenwaarde van 45 dB(A) in de woning gegarandeerd kan worden. De rechtbank vindt dit onvoldoende om de conclusies van de StAB over het maximale geluidsniveau niet te volgen. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk wat deze maatregelen zijn en hoeveel geluidsreductie dit oplevert. Daar komt bij dat bij de berekening van de maximale geluidsniveaus door de deskundigen van het college en vergunninghouder geen rekening is gehouden met de piekgeluiden die worden veroorzaakt door stemgeluid, het optrekken van voertuigen, het vallen van bakken of een deksel bij het laden en het claxonneren. Het college en vergunninghouder zijn het niet met de StAB eens dat deze piekgeluiden bij de beoordeling van het maximale geluidniveau moeten worden betrokken, maar in wat zij aanvoeren ziet de rechtbank geen reden om de StAB hierin niet te volgen. Zij hebben niet concreet onderbouwd waarom de conclusies van de StAB hierover onjuist zijn. Verder heeft de rechtbank geen deskundigheid op dit specifieke gebied. Zij heeft juist vanwege het gebrek aan expertise aan haar kant over dit punt de StAB benoemd om haar te laten adviseren.
Conclusie en gevolgen
€ 2.929,50.
€ 142,75 per uur exclusief BTW. De rechtbank stelt de kosten voor [onderneming 1] daarom vast op 4 uur x € 142,75 = € 571,- exclusief BTW. Het tarief dat [C] in rekening heeft gebracht is minder dan het maximumtarief uit het Besluit tarieven strafzaken 2003. Het college moet dus het uurtarief vergoeden dat [C] in rekening heeft gebracht. Het gaat om 1,5 uur á € 88,-, 14 uur á € 85,- en 7 uur á € 98,- exclusief BTW. Dat komt neer op een bedrag van € 2008,- exclusief BTW. Het college moet in totaal een bedrag aan deskundigenkosten betalen van € 571, - + € 2008,- = € 2.579,- exclusief BTW. De rechtbank gaat er van uit dat eiseres de BTW kan aftrekken.
€ 2.579,- = € 5.5085,50.