ECLI:NL:RBMNE:2023:4148
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen oplichting
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 29 juni 2023 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor medeplegen van oplichting.
De officier van justitie en de verdediging verzochten beiden om afwijzing van de ontnemingsvordering. De rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd met de reeds aan de benadeelde partij toegekende schadevergoeding van €4.850. Hierdoor resteert geen voordeel dat ontneming rechtvaardigt.
Op grond van artikel 36e lid 8 Sr wordt het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil. De vordering tot oplegging van een betalingsverplichting wordt daarom afgewezen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 13 juli 2023.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen en het bedrag wordt vastgesteld op nihil.