ECLI:NL:RBMNE:2023:4032
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking besluit WW-uitkering door UWV
Verzoekster kreeg aanvankelijk geen WW-uitkering van het UWV omdat zij niet aan de wekeneis zou voldoen. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Het UWV trok vervolgens het primaire besluit in en kende verzoekster met terugwerkende kracht per 15 mei 2023 een WW-uitkering toe.
Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht zij het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter gaf het UWV de gelegenheid om te reageren, maar het UWV had geen inhoudelijk commentaar.
Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de voorzieningenrechter bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan de proceskosten aan de verzoeker toewijzen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek kennelijk gegrond was en veroordeelde het UWV tot betaling van € 837,- aan proceskosten, gebaseerd op de kosten van rechtsbijstand. Tevens wees de voorzieningenrechter erop dat het griffierecht van € 50,- door het UWV vergoed kan worden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter R.C. Moed op 3 augustus 2023 en is onherroepelijk, omdat hoger beroep of verzet niet openstaat.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoekster.