Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 februari 2023 in de zaak tussen
Stichting Ark, gevestigd in Nijmegen, eiseressen
Rechtbank Midden-Nederland
De minister is voornemens de Vegetatielegger voor de Grensmaas te actualiseren middels een projectplan op grond van artikel 5.4 van de Waterwet. Eiseressen, betrokken bij natuurontwikkeling en beheer, hebben beroep ingesteld tegen dit projectplan omdat zij menen dat het belang van natuur onvoldoende is meegewogen en het projectplan niet geschikt is.
De rechtbank oordeelt dat de minister verplicht is een projectplan vast te stellen en dat hij hierbij een belangenafweging mag maken tussen hoogwaterveiligheid en natuur. De minister heeft het belang van natuur voldoende meegewogen, waarbij hij de variant gmscn_00 van Natuurmonumenten als uitgangspunt nam, maar met een meer actuele juridische situatie. De rechtbank vindt dat de minister redelijkerwijs tot zijn keuzes kon komen.
Verder is vastgesteld dat het projectplan niet in strijd is met internationale verdragen, provinciale structuurvisies of andere overeenkomsten. De vermeende gevolgen voor subsidies en natuurbeheer zijn onvoldoende concreet onderbouwd. De werkwijze in het projectplan voldoet aan de wettelijke eisen, ondanks dat de beschrijving minder gedetailleerd is dan gewenst.
Ten aanzien van de Wet natuurbescherming concludeert de rechtbank dat het projectplan geen plan is in de zin van artikel 2.7 en dat de voortoets geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden aantoonde. Eiseressen hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de voortoets onjuist is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het projectplan in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het projectplan voor de actualisatie van de Vegetatielegger Grensmaas wordt ongegrond verklaard en het projectplan blijft in stand.