ECLI:NL:RBMNE:2023:3808
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken bezwaarprocedure
Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen een besluit van het College van procureurs-generaal van 2 februari 2023, waarin inzage in persoonsgegevens werd verleend. De voorzieningenrechter vroeg verzoeker of er bezwaar was gemaakt tegen dit besluit, omdat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen als er een bezwaar- of beroepsprocedure loopt. Verzoeker gaf aan geen bezwaar te hebben gemaakt, waardoor de voorzieningenrechter het verzoek afwees.
Verzoeker stelde dat het verzoek om voorlopige voorziening verband hield met een andere beroepsprocedure (UTR 23/292) tegen een besluit van 13 september 2022. De rechtbank oordeelde dat het beroep in die procedure prematuur was ingediend en niet-ontvankelijk was verklaard omdat het bezwaar nog niet was afgehandeld. De voorzieningenrechter beoordeelde ook dit verzoek en concludeerde dat er geen aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker gaf aan dat het college nog niet op zijn bezwaar had beslist en dat de verwerking van zijn persoonsgegevens onmiddellijk moest stoppen. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker niet had toegelicht welke voorlopige voorziening gewenst was en waarom spoedige rechterlijke tussenkomst noodzakelijk was. Het verzoek werd als kennelijk ongegrond beschouwd omdat het vooral gericht was op het bespoedigen van de bezwaarprocedure, waarvoor andere middelen beschikbaar zijn.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en maakte duidelijk dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure is tegen het besluit.