ECLI:NL:RBMNE:2023:3785

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 juli 2023
Publicatiedatum
24 juli 2023
Zaaknummer
UTR 23/1210
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing Wet open overheid afgewezen

De zaak betreft een beroep van verzoeker tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater vanwege het niet tijdig beslissen op een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Nadat verweerder alsnog op 20 april 2023 een besluit nam, trok verzoeker het beroep in en vroeg vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten in de vorm van verletkosten.

De rechtbank beoordeelde het verzoek zonder zitting en oordeelde dat het griffierecht van €184,- vergoed moet worden, omdat verweerder het beroep geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. De gevraagde verletkosten van €148,32 werden afgewezen omdat deze betrekking hadden op tijdsbesteding aan de zaak en niet op tijdverzuim voor het bijwonen van een zitting, zoals vereist volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank concludeerde dat er geen andere proceskosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding verder af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.A.M. Elzakkers op 21 juli 2023.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen, wel vergoeding van griffierecht toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1210

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater,verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 20 april 2023 heeft verweerder alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor het betaalde griffierecht en voor zijn proceskosten in de vorm van verletkosten ter hoogte van € 148,32 vanwege tijdsbesteding aan de zaak.
Verweerder heeft op 30 juni 2023 gereageerd op dit verzoek. Verweerder heeft hierbij meegedeeld dat hij geen bezwaar heeft om het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden, maar wel bezwaar heeft tegen de vergoeding van de verletkosten, omdat dit geen kosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen. .

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van het door hem betaalde griffierecht en proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht dient te vergoeden. De rechtbank vindt daarnaast dat er geen grond is om verweerder te veroordelen tot betaling van de door verzoeker opgegeven verletkosten.
Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Op grond van artikel 1, eerste lid aanhef en
onder e, van het Bpb komen verletkosten van een partij in aanmerking voor vergoeding. Het kan hierbij echter enkel gaan om tijdverzuim in verband met het bijwonen van de zitting, niet om tijdverzuim in verband met voorbereiding en verrichten van andere proceshandelingen.
Dat betekent dat de verletkosten van € 148,32 wegens tijdbesteding aan de zaak, niet voor vergoeding in aanmerking komen. Er zijn door verzoeker geen andere proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.C. Hak, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.