De rechtbank Midden-Nederland heeft op 28 juni 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van handel in cocaïne en het bezit van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne in vereniging met anderen. De feiten betreffen de periode van 7 november 2021 tot en met 18 november 2022.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen opzettelijk cocaïne heeft verhandeld en op 18 november 2022 ongeveer 700 gram cocaïne in bezit had verspreid over locaties in Nieuwegein en Utrecht. Verdachte bekende deels, met name vanaf mei 2022, en de rechtbank stelde de bewezenverklaring vast vanaf 7 november 2021 op basis van sms-berichten en getuigenverklaringen. Voor de periode vóór 7 november 2021 sprak de rechtbank verdachte vrij.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de schadelijke gevolgen van drugsgebruik voor de volksgezondheid, en het feit dat verdachte recidiveerde gezien een eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten. Gelet hierop en de omstandigheden van het dossier legde de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden op, met aftrek van het voorarrest. De voorlopige hechtenis werd niet geschorst.