Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de 112-melding, waarin [slachtoffer 1] op hoofdlijnen hetzelfde heeft verklaard als later tegen de politie en waarbij [slachtoffer 1] de bijnamen van [minderjarige] en [medeverdachte 1] heeft genoemd (‘ Channa ’ (fonetisch) en ‘ [bijnaam 2] ’), waarbij het alleszins voor de hand ligt dat dit de bijnamen zijn van [minderjarige] en [medeverdachte 1] ;
- de omstandigheid dat [minderjarige] en [medeverdachte 1] volledig voldoen aan de door [slachtoffer 1] opgegeven, specifieke signalementen van de persoon die het wapen in een tas bij zich droeg respectievelijk de persoon die het wapen uit de tas heeft gepakt en ter hand heeft genomen;
- het opvallende gedrag van [minderjarige] en [medeverdachte 1] voorafgaand aan hun aanhouding, namelijk dat zij wegrenden voor de politie en zich probeerden te verstoppen onder een auto respectievelijk in een steegje,
- de herkenning door [slachtoffer 1] van een van de daders op een snapchat filmpje van de aanhouding;
- de herkenning door de politie van [minderjarige] als de aangehouden persoon op het snapchat filmpje van de aanhouding, waarin de bijnamen ‘ [bijnaam 1] ’ en ' [bijnaam 2] ’ van [minderjarige] en [medeverdachte 1] zijn genoemd,
- de vondst van het wapen in de rugtas die naast [minderjarige] lag, op het moment dat hij werd aangehouden,
- de verklaringen van [minderjarige] zelf dat hij ter plaatse was, dat hij heeft meegekregen dat er een AirPod van iemand was afgepakt, dat hij samen met [medeverdachte 1] is gaan rennen en dat de rugtas waarin het wapen is aangetroffen, van hem is, en
- de foto’s en het filmpje van het wapen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] , waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] al enige tijd voor de bedreiging de beschikking had over het wapen dat in de rugtas van [minderjarige] is aangetroffen.
5.BEWEZENVERKLARING
- te dwingen uit een bus te stappen en hem te dwingen zich naar een steeg te begeven en
- met kracht bij zijn benen vast te pakken en vervolgens zijn schoenen uit te trekken;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36b, 36d, 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
12.BESLISSING
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 499,43;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 499,43 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling dient geen gijzeling te worden toegepast;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
- munitie van categorie III, te weten een een of meer scherpe patronen,
- te dwingen uit een bus te stappen en/of hem te dwingen zich naar een steeg te begeven en/of
- een kopstoot te geven en/of
- meermalen, althans eenmaal in/op het gezicht te slaan, en/of
- aan de arm(en) te trekken en/of tegen het lichaam te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 5] werd gedwongen uit de bus te stappen en/of
(art 416 lid 1 ahf Pro/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)