Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van [minderjarige] ter terechtzitting van 6 juni 2023;
- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , opgemaakt door [verbalisant 4] , werkzaam bij politie Eenheid Midden-Nederland, nummer PL0900-2022363092-2 en gesloten op 5 december 2022, p. 28-29.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
€ 153,26. De rechtbank ziet bij deze kostenposten een rechtstreeks verband met de overval.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 317 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2 en 10 van de Opiumwet;
12.BESLISSING
Oplegging straf en maatregel
- legt aan verdachte op de gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van 12 maanden;
- stelt als doelen van de gedragsbeïnvloedende maatregel dat verdachte:
* cognitieve gedragstherapie (in groepsverband) volgt om verslavingsgedrag af te leren en om de dysthyme klachten te reduceren (bij een instelling zoals De Waag), zolang de jeugdreclasseerder dit nodig vindt;
- 1 STK Mes (vleesmes) (G3095197);
- 49 STK Verdovende Middelen (G3086628);
- 1 STK Telefoontoestel (G3086423);
- €40 (G3086422);
- 1 STK Tas (G3086399);
- 1 STK Telefoontoestel (G3068514);
- 1 PAK Rookwaar (G3086433);
- 3 PAK Rookwaar (G3086584);
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 3.255,23;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 3.255,23 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.