ECLI:NL:RBMNE:2023:3592
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid ongegrond verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, stellende dat de rechter onrechtmatig en partijdig had gehandeld door meerdere conclusies van antwoord van de wederpartij te accepteren.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de objectieve toets voor rechterlijke onpartijdigheid centraal staat. Uit het dossier bleek dat de vermeende dubbele conclusies van antwoord feitelijk een schriftelijke reactie met daaropvolgende mondelinge toelichting betroffen, wat een gebruikelijke proceduregang is en geen schijn van vooringenomenheid oplevert.
Daarnaast was een conclusie van repliek als bijlage ingediend, waarover de rechter nog niet had beslist op toelaatbaarheid. Verzoeker kon dit punt tijdens de mondelinge behandeling aan de orde stellen. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af.
De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.