ECLI:NL:RBMNE:2023:3564
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in Utrecht voor belastingjaar 2022
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente, waarin de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht voor het belastingjaar 2022 is vastgesteld op € 2.219.000. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van € 2.000.000 voor.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 21 april 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De heffingsambtenaar heeft de waarde gehandhaafd en toegelicht dat de WOZ-waarde is gebaseerd op vergelijkingen met drie referentiewoningen in dezelfde omgeving, die qua ligging, bouwjaar en uitstraling voldoende vergelijkbaar zijn.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De taxatiematrix en de toelichting tonen aan dat de referentiewoningen zorgvuldig zijn gekozen en dat de waarde van de woning zelfs lager is dan de getaxeerde waarde van € 2.252.000.
De argumenten van eiser brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 2.219.000 wordt ongegrond verklaard.