ECLI:NL:RBMNE:2023:3562
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente, waarin de WOZ-waarde van zijn woning was vastgesteld op € 322.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de woning een twee-onder-een-kapwoning uit 1966 betreft met een gebruiksoppervlakte van 90 m2 en een kavel van 508 m2. De heffingsambtenaar heeft de waarde bepaald aan de hand van drie referentiewoningen in de omgeving, waarvan twee in dezelfde straat, die qua bouwjaar en uitstraling vergelijkbaar zijn en recentelijk zijn verkocht.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De door eiser voorgestelde lagere waarde van € 280.000 wordt niet gevolgd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 322.000 wordt ongegrond verklaard.