ECLI:NL:RBMNE:2023:3554
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van haar woning, vastgesteld op €179.000 per 1 januari 2021, en bepleitte een lagere waarde van €167.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde omgeving.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen waren vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en uitstraling, en de taxateur hield rekening met verschillen. Argumenten van eiseres over onderhoudsstaat, overlast door bladeren, parkeergelegenheid, ligging nabij school en snelwegen, en het type woning werden door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar de verschillen tussen de woning van eiseres en de referentiewoningen voldoende had toegelicht, en dat de subjectieve omstandigheden geen waardedrukkende factoren vormden. Ook het gebruik van referentiewoningen uit een andere wijk werd geaccepteerd vanwege voldoende vergelijkbaarheid.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 22 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.