Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan haar twee jonge kinderen in de periode van februari tot mei 2019. De kinderen vertoonden diverse ernstige letsels, waaronder metafysaire hoekfracturen en onderhuidse bloeduitstortingen, die medisch werden beoordeeld als niet-accidenteel en vermoedelijk toegebracht letsel.
Ondanks het vastgestelde letsel kon de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte deze letsels zelf had toegebracht. Er was geen direct bewijs, zoals getuigenverklaringen, die verdachte als dader aanwezen. Verdachte was weliswaar de primaire verzorgster, maar ook medeverdachte en derden hadden toegang tot de kinderen, waardoor de toedracht en dader niet eenduidig konden worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de medische verklaringen en forensische rapporten het bestaan van toegebracht letsel bevestigden, maar dat het ontbreken van bewijs omtrent de dader leidde tot vrijspraak. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank benadrukte dat de fietstochten met de kinderen in een speciaal uitgeruste fietskar niet zonder meer als oorzaak van het letsel konden worden aangemerkt.
De uitspraak werd gewezen door een meervoudige kamer op 11 juli 2023 te Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan haar kinderen wegens onvoldoende bewijs.