ECLI:NL:RBMNE:2023:3398

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 juli 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
23_2854
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen filmactiviteiten op locatie

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 juli 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen filmactiviteiten op een locatie in de gemeente De Bilt. Verzoeker vreesde overlast door parkeerproblemen, licht- en geluidsoverlast en milieuvervuiling veroorzaakt door de filmploeg. De filmopnamen waren reeds begonnen en zouden nog één dag doorgaan.

De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege de reeds lopende filmactiviteiten. De belangenafweging vond plaats tussen het belang van verzoeker om overlast te voorkomen en het belang van de derde-partij om de filmopnamen voort te zetten. Gezien de aard en duur van de filmactiviteiten en het ontbreken van voldoende zwaarwegende belangen van verzoeker, werd het verzoek afgewezen.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting vanwege de onverwijlde spoed en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Verzoeker werd telefonisch geïnformeerd dat geen ordemaatregel werd getroffen. De filmactiviteiten mochten doorgaan volgens de gemaakte afspraken, ondanks het bezwaar van verzoeker.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de filmactiviteiten is afgewezen, waardoor de filmopnamen mogen doorgaan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2854

uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 juli 2023 in de zaak tussen

drs. [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

en

de burgemeester van de gemeente De Bilt

(gemachtigde: M. Zijade).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Basecamp Productions B.V. uit Amsterdam,
(gemachtigden: T. Verheul en M. Ploegmakers).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de op 3 juli 2023 aan de derde-partij onder voorschriften verleende éénmalige uitzondering voor het maken van filmopnamen op 6 en 7 juli op de [adres] in [plaats].
Verzoeker heeft hiertegen op 5 juli 2023 in de loop van de middag bij de rechtbank een verzoek om voorlopige voorziening en een bezwaarschift ingediend.
Aan verzoeker is op 5 juli 2023 aan het einde van de middag telefonisch medegedeeld dat de voorzieningenrechter geen aanleiding zag om een ordemaatregel te treffen.
Vandaag zijn de filmopnamen om 07:30 uur begonnen. Gelet op het spoedeisende karakter van deze zaak heeft de voorzieningenrechter verweerder en de derde-partij de mogelijkheid geboden om uiterlijk om 12:00 uur schriftelijk te reageren op het verzoek. Derde-partij heeft geen reactie gegeven. Verweerder heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd, maar pas om 14:15 uur.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
5. Omdat de onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
6. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
7. Als tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen. Dit mag alleen als onverwijlde spoed, gelet op alle betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, mag die voorziening dan treffen.
Spoedeisend belang
8. De voorzieningenrechter stelt vast dat het filmen door derde-partij reeds is begonnen en dat alleen morgen nog verder zal worden gefilmd. Gelet hierop is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Belangenafweging
9. Gelet op de enorme spoed die met deze zaak gemoeid is en het feit dat de rechtbank – ondanks een verzoek daartoe – niet beschikt over het gehele procesdossier, beoordeelt de voorzieningenrechter nu alleen of er gelet op de wederzijdse belangen van partijen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen.
10. Verzoeker voert aan dat hij wil dat de filmactiviteiten stil worden gelegd omdat hij verwacht dat hij in en om zijn woning overlast ervan zal ervaren. Uit het verleden is volgens verzoeker gebleken dat de aanwezigheid van filmploegen parkeerproblematiek, licht- en geluidsoverlast en milieuvervuiling met zich meebrengt. Daartegenover staat het belang van derde-partij om verder te kunnen gaan met het filmen zoals reeds is gepland en ondertussen al bezig is.
11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van verzoeker niet dermate zwaarwegend zijn dat er een voorziening moet worden getroffen.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat derde-partij door mag gaan met filmen volgens de gemaakte afspraken.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Kosterman-Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.