ECLI:NL:RBMNE:2023:3138
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van een rijwoning in Utrecht
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn rijwoning uit 1964 aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €261.000 per 1 januari 2021. Hij stelt dat de waarde te hoog is en niet hoger mag zijn dan €243.000.
De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare rijwoningen uit dezelfde straat en bouwjaar worden gebruikt als referentie. De rechtbank oordeelt dat deze referentiewoningen geschikt zijn en dat de heffingsambtenaar de verschillen in grootte en onderhoudstoestand adequaat heeft gecorrigeerd. De waarde per vierkante meter is op basis hiervan herleid tot €1.693.
Eiser voert aan dat een andere woning beter vergelijkbaar is en dat de voorzieningen in zijn woning gedateerd zijn, maar heeft dit niet met controleerbare gegevens onderbouwd. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn waardering van de voorzieningen als gemiddeld. Gezien de onderbouwing acht de rechtbank aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €261.000 wordt ongegrond verklaard.