ECLI:NL:RBMNE:2023:3087
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande facturen kitwerkzaamheden tussen handelende partijen
In deze civiele zaak vordert eiser, handelend onder een handelsnaam, betaling van openstaande facturen voor kitwerkzaamheden verricht in opdracht van de gedaagde besloten vennootschap. De gedaagde had ondanks aanmaningen niet volledig betaald en voerde verweer tegen de vorderingen.
De kantonrechter beoordeelde drie facturen afzonderlijk. Voor factuur F2022-070 werd vastgesteld dat de werkzaamheden deugdelijk waren uitgevoerd, mede omdat een proefopstelling was goedgekeurd door de opdrachtgever, en dat gedaagde deze factuur moet voldoen. Voor factuur F2022-077 oordeelde de kantonrechter dat het staken van werkzaamheden door eiser zonder overleg onrechtmatig was, maar dat de door gedaagde opgevoerde schadeposten onvoldoende waren onderbouwd om verrekening toe te staan, zodat ook het resterende bedrag betaald moet worden. Voor factuur F2022-082 kon niet worden vastgesteld dat gedaagde de kosten van ingehuurd personeel moest betalen, omdat eiser dit niet had onderbouwd.
De hoofdsom wordt daarom grotendeels toegewezen tot € 3.975,75, vermeerderd met wettelijke handelsrente. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het wettelijk maximum van € 522,58. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser ter hoogte van € 1.007,33. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 3.975,75, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten.