ECLI:NL:RBMNE:2023:3079

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 mei 2023
Publicatiedatum
28 juni 2023
Zaaknummer
UTR 22/4182
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 8:54 AwbAlgemene verordening gegevensbescherming
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechter verklaart zich onbevoegd in beroep tegen uitblijven besluit inzage persoonsgegevens

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van Reclassering Inforsa Utrecht op zijn verzoek tot inzage van zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.

De rechtbank heeft beoordeeld of zij bevoegd is om kennis te nemen van dit beroep. Volgens artikel 1:1 Awb Pro kan alleen tegen een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan beroep worden ingesteld. De rechtbank stelt vast dat Reclassering Inforsa Utrecht een privaatrechtelijke rechtspersoon is en geen bestuursorgaan in de zin van de Awb, omdat zij geen openbaar gezag uitoefent.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om over het beroep te oordelen en wijst zij erop dat eiser zich tot de civiele rechter kan wenden. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het uitblijven van een besluit inzake inzage persoonsgegevens.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4182

1.a

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

Reclassering Inforsa Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit van verweerder.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Uit de beschikbare stukken maakt de rechtbank op dat eiser in beroep gaat, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek tot inzage van zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.
3. De bestuursrechter moet allereerst beoordelen of zij bevoegd is om kennis te nemen van dit beroep. Een belanghebbende kan uitsluitend tegen een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan beroep instellen bij de bestuursrechter. Onder een bestuursorgaan wordt verstaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed (artikel 1:1, eerste lid, van de Awb). De rechtbank stelt vast dat verweerder een rechtspersoon is die krachtens privaatrecht (en dus niet krachtens publiekrecht) is ingesteld. Verweerder is ook geen college met openbaar gezag bekleed. Verweerder kan daarom niet worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd om over het ingestelde beroep een oordeel te geven.
3. Omdat geen beroep kan worden ingesteld, verklaart de bestuursrechter zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Eventueel kan eiser zich tot de civiele rechter wenden.
4. Omdat de bestuursrechter zich onbevoegd verklaart, zal het door eiser betaalde griffierecht worden terugbetaald.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van
I.J. Tiktak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.