Uitspraak
1.De procedure
- de producties 1 en 2 van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling van 15 juni 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert de huurder dat de verhuurder wordt veroordeeld om binnen 7 dagen na vonnis een werkende warmwatervoorziening te realiseren in de gehuurde werfkelder, die als woning en atelier wordt gebruikt. De verhuurder is eigenaar van het pand en de cv-ketel wordt gedeeld met de winkel boven.
De huurder heeft sinds april 2023 geen warm water en verwarming, ondanks eerdere toezeggingen van de verhuurder om het probleem te verhelpen. De verhuurder stelde herstel afhankelijk van huurverhoging, wat door de huurder werd afgewezen. Na inspectie is gekozen voor een elektrische oplossing met radiatoren en boilers, met een realistische uitvoeringsperiode van 3 à 4 weken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurder een spoedeisend belang heeft en dat de vordering toewijsbaar is. De termijn voor herstel wordt vastgesteld op uiterlijk 13 juli 2023, waarbij een dwangsom van €100 per dag geldt bij overschrijding, gemaximeerd op €10.000. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder moet uiterlijk 13 juli 2023 een werkende warmwatervoorziening realiseren met dwangsom bij niet-naleving.