Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- dagvaarding
- mondeling antwoord, neergelegd in een proces-verbaal van de rolzitting
- een akte van [eiseres]
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van een onderwijsinstelling tot betaling van €275 voor deelname aan een verplichte activiteitenweek, waarvoor de student zich had ingeschreven maar niet had betaald en niet was meegegaan. De student betwist dat er een bindende inschrijving was, omdat zijn ouders geen toestemming hadden gegeven zoals vereist in de inschrijfprocedure.
De rechtbank stelt vast dat de inschrijfprocedure van de onderwijsinstelling voorschrijft dat ouders toestemming moeten geven voor deelname van minderjarige studenten. Het digitale inschrijvingssysteem is zo ingericht dat zonder ouderlijke goedkeuring de inschrijving niet slaagt. De onderwijsinstelling hanteert echter een afwijkende praktijk waarbij stilzwijgende toestemming wordt verondersteld als ouders niet reageren, wat in strijd is met de eigen regels.
Omdat de ouders van de student geen toestemming hebben gegeven en stilzwijgende toestemming volgens de regels niet geldt, is er geen bindende overeenkomst tot stand gekomen. De vordering tot betaling wordt daarom afgewezen en de onderwijsinstelling wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat de gemachtigde de vader van de student is.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de activiteitenweek wordt afgewezen wegens het ontbreken van ouderlijke toestemming en daarmee een bindende overeenkomst.