ECLI:NL:RBMNE:2023:2873
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op € 2.297.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van maximaal € 2.067.000 voor.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met drie referentiewoningen in dezelfde buurt en periode, waarop de waarde is gebaseerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en de verschillen adequaat zijn verwerkt.
Eiser heeft meerdere beroepsgronden ingetrokken en de overige gronden, zoals het bouwjaar, het ontbreken van spouwmuren, isolatie en de waardering van voorzieningen, worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank benadrukt dat de taxateur een eigen beoordeling moet maken van de staat van de woning en dat het verschil in m2-prijs tussen de woning en referentiewoningen voldoende ruimte biedt om verschillen te compenseren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 2.297.000 wordt ongegrond verklaard.