ECLI:NL:RBMNE:2023:2770
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak deelname aan gewapende overval op distributiecentrum wegens onvoldoende bewijs
Op 17 december 2018 vond een gewapende overval plaats op een distributiecentrum in Mijdrecht waarbij voor €172.605,- aan parfum werd gestolen. Verdachte werd ervan beschuldigd medepleger te zijn, mede op basis van DNA-sporen op tiewraps die werden gebruikt om beveiligers vast te binden en telecomgegevens.
De officier van justitie stelde dat het DNA-spoor en het telefoonverkeer voldoende bewijs vormden om verdachte als medepleger aan te merken. De verdediging voerde aan dat het DNA-spoor ook verklaard kon worden door een alternatieve scenario: de tiewraps zaten mogelijk al in de buddyseat van een eerder gestolen scooter van verdachte. Dit scenario werd door het NFI als even waarschijnlijk beoordeeld als het scenario dat verdachte de tiewraps tijdens de overval gebruikte.
De rechtbank concludeerde dat het DNA-spoor niet zonder meer verdachte op de plaats delict plaatste en dat de telecomgegevens onvoldoende bewijs vormden. Ook andere belastende omstandigheden waren onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens de vrijspraak. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 13 juni 2023.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen van de overval.