Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 26 mei 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft in kort geding gevorderd dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €100.000,-, vermeerderd met rente en kosten, omdat gedaagde het bedrag niet heeft belegd zoals afgesproken. Eiser had op 18 januari 2021 en 31 augustus 2021 ieder €50.000,- overgemaakt met de verwachting dat dit in een beleggingsfonds zou worden geplaatst. Na herhaalde verzoeken om informatie ontbond eiser de overeenkomst buitengerechtelijk op 9 mei 2023.
Gedaagde is niet verschenen op de zitting, waarna verstek werd verleend. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering voldoende aannemelijk is en dat er sprake is van spoedeisend belang, mede gelet op aanwijzingen dat gedaagde mogelijk in geldnood verkeert en het ontbreken van contact. Het restitutierisico werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechter veroordeelde gedaagde tot betaling van het volledige bedrag van €100.000,- met wettelijke rente vanaf 25 april 2023, de beslagkosten en proceskosten. Tevens werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €100.000,- met rente en kosten.