Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
- het tekortschieten in een accurate uitoefening door [verweerder] van zijn functie;
- het frustreren door [verweerder] van een deugdelijke samenwerking met zowel zijn collega’s als zijn leidinggevende;
- de weigerachtige houding van [verweerder] , het ontbreken van zelfreflectie en het wijzen naar anderen;
- het ontbreken van initiatief en oplossingsgerichtheid, en in plaats daarvan de probleemgerichte instelling van [verweerder] ;
- het geen gevolg geven aan redelijke instructies van [verzoekster] ;
- de onrust die [verweerder] op de werkvloer veroorzaakt en de negatieve opstelling richting zijn collega’s;
- de gesprekken en waarschuwingen die niet tot resultaat hebben geleid;
- de gestrande mediation na twee gezamenlijke gesprekken binnen dit traject;
- een onherstelbare vertrouwensbreuk die leidt tot een situatie waarin van [verzoekster] niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.