ECLI:NL:RBMNE:2023:2506
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen WOZ-waarde woning wegens onvoldoende correctie voor bouwkundige staat
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €199.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde bij uitspraak op bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de toegepaste correctie van 15% voor de bouwkundige staat, waaronder een verzakte vloer, voldoende was in vergelijking met referentiewoningen. De taxatiematrix en toelichting boden onvoldoende inzicht in de kosten van herstel en andere achterstallige onderhoudsaspecten.
Eiseres onderbouwde haar lagere waarde van €131.000 niet voldoende. Omdat geen van beide partijen een aannemelijke waarde had gesteld, stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €175.000. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, de aanslag aangepast en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €175.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd.