ECLI:NL:RBMNE:2023:2446
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vuurwapen voor buitengewoon opsporingsambtenaar op landgoed
De Stichting, eigenaar van een landgoed, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister om aan haar buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) geen vuurwapen toe te kennen, terwijl eerdere toekenningen wel hadden plaatsgevonden. De rechtbank stelde vast dat het noodzakelijkheidscriterium leidend is bij het toekennen van geweldsmiddelen aan boa’s en dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom het vuurwapen nu werd geweigerd.
De minister baseerde zich op adviezen van toezichthouders en een incidentenlijst waaruit bleek dat de aard en frequentie van agressie tegen de boa niet zodanig zijn dat een vuurwapen noodzakelijk is. De rechtbank vond dat de minister terecht oordeelde dat andere toegewezen geweldsmiddelen zoals pepperspray en handboeien voldoende bescherming bieden.
De Stichting voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere boa’s wel vuurwapens kregen, maar de rechtbank oordeelde dat de concrete situatie en taakuitoefening verschillen waardoor geen sprake is van ongelijke behandeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, en de Stichting kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toekenning van een vuurwapen aan de boa wordt ongegrond verklaard.