Eiser woont nabij een parkeerplaats en bouwweg waarover hij een handhavingsverzoek indiende omdat deze in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan en geluidsoverlast veroorzaken. Het college verklaarde het verzoek aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, maar wijzigde dit later en wees het verzoek inhoudelijk af. Vervolgens verklaarde het college het bezwaar tegen beide besluiten niet-ontvankelijk, met het argument dat eiser geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat eiser door zijn afstand tot en zicht op de parkeerplaats en bouwweg wel degelijk gevolgen van enige betekenis ondervindt, waaronder geluidsoverlast en visuele hinder, en daarom belanghebbende is. Het college had eiser niet niet-ontvankelijk mogen verklaren.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.