Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoeker 3]en
[verzoeker 4], uit [woonplaats] , verzoekers
[derde-partij], gevestigd in [plaats 2] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Op de locatie van een bestaand zorgcomplex zal nieuwbouw plaatsvinden met twee gebouwen, waaronder 100 zorgkamers en 32 aanleunwoningen. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders, inclusief het kappen van drie bomen waarvoor een vergunning nodig is. De omwonenden zijn het niet eens met deze plannen en hebben bezwaar gemaakt en beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 6 april 2023. Tijdens de zitting hebben de omwonenden, het college en de vergunninghouder deelgenomen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat het college de juiste procedure heeft gevolgd en het besluit gemotiveerd is. Er is geen reden om ernstig aan de rechtmatigheid van het besluit te twijfelen, ook niet ten aanzien van de wijziging van de kapvorm die binnen de afwijkingsmogelijkheden van het Besluit omgevingsrecht valt.
Hoewel het kappen van bomen onomkeerbaar is, weegt het belang van vergunninghouder zwaarder dan dat van de omwonenden. De bouw start pas aan het eind van het jaar, waardoor de bodemrechter wellicht al uitspraak heeft gedaan over het beroep. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.