ECLI:NL:RBMNE:2023:2348
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV waarbij haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure heeft het UWV op 17 maart 2023 een gewijzigde beslissing genomen waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard. Hierop heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van haar proceskosten gevraagd.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenveroordeling zonder zitting behandeld en het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, maar het UWV heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank een bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten als het tegemoet is gekomen aan de beroepsgronden en het beroep wordt ingetrokken.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek kennelijk gegrond is en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten van € 837,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV kan wenden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van verzoekster van € 837,- na intrekking van het beroep wegens een gewijzigde beslissing.