ECLI:NL:RBMNE:2023:208
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 19 december 2022 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van € 76.720,10. De vordering had betrekking op opbrengsten uit een hennepkwekerij waarbij verdachte betrokken was.
De officier van justitie stelde aanvankelijk de vordering in, maar nam tijdens de zitting het standpunt in dat de vordering afgewezen moest worden omdat niet was komen vast te staan dat verdachte daadwerkelijk voordeel had genoten. De verdediging ondersteunde dit standpunt, mede vanwege de bepleite vrijspraak.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het bewezen verklaarde feit dat verdachte aanwezig was bij de hennepkwekerij, maar nog niet was begonnen met het knippen van henneptoppen en geen deel van de oogstopbrengst had ontvangen. Gezien deze omstandigheden achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte wederrechtelijk voordeel had verkregen. Daarom wees de rechtbank de ontnemingsvordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af omdat niet is vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.