ECLI:NL:RBMNE:2023:207
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door faciliteren hennepkwekerij
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 19 december 2022 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, die eerder veroordeeld was voor medeplichtigheid aan het telen van hennep.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €76.720,10, maar corrigeerde dit tijdens de zitting naar €3.700, gebaseerd op een eenmalige betaling van €2.500 en maandelijkse betalingen van €100 gedurende twaalf maanden. De verdediging nam geen standpunt in over de vordering.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk behulpzaam was door een huurcontract te sluiten en de ruimte ter beschikking te stellen voor de hennepkwekerij, waarvoor hij in totaal €4.000 ontving. De rechtbank stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €4.000 en legde de betalingsverplichting aan verdachte op.
Daarnaast bepaalde de rechtbank de maximale duur van gijzeling op 80 dagen voor het geval de betaling uitblijft. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €4.000 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.