ECLI:NL:RBMNE:2023:2064
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na medisch onderzoek
Deze uitspraak betreft een besluit van het CBR om verzoekster een medisch onderzoek op te leggen en haar rijbewijs te schorsen vanwege twijfels over haar rijgeschiktheid na een incident waarbij zij verward gedrag vertoonde en GHB in haar bloed werd aangetroffen.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de schorsing op te schorten. De voorzieningenrechter beoordeelde of het bezwaar kans van slagen had en voerde een belangenafweging uit. Het geschil betrof uitsluitend de vraag of het evenredigheidsbeginsel een uitzondering op de schorsing rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR terecht het belang van de verkeersveiligheid zwaarder heeft gewogen dan het persoonlijke belang van verzoekster, ondanks haar werk in de thuiszorg en de last die de schorsing voor haar betekent. De aanwezigheid van GHB onder de grenswaarde en de verklaring van de psychotherapeut boden geen aanleiding tot een uitzondering.
Ook al waren er onduidelijkheden in de motivering van het besluit, leidde dit niet tot een andere voorlopige uitkomst. Het verzoek om schorsing van het besluit werd daarom afgewezen en verzoekster behoudt haar rijbewijs niet terug gedurende de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen.