Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: veroordeelde.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 19 december 2022 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 76.720,10, voortvloeiend uit een strafzaak betreffende hennep.
De officier van justitie stelde dat verdachte dit voordeel had verkregen uit de opbrengst van een hennepkwekerij, terwijl de verdediging de vordering afwees vanwege de bepleite vrijspraak. De rechtbank baseerde haar oordeel op het bewezenverklaarde feit dat verdachte aanwezig was in de kwekerij, maar nog niet was begonnen met knippen.
De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat verdachte een deel van de opbrengst had ontvangen en vond zijn verklaring geloofwaardig dat hij alleen aanwezig was om henneptoppen te knippen. Gezien deze omstandigheden en artikel 36e Sr kon de vordering niet worden toegewezen.
Daarom wees de rechtbank de ontnemingsvordering af en veroordeelde verdachte niet tot betaling van enig wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af omdat niet is aangetoond dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.