Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van de man (met productie 1 tot en met 13, binnengekomen op 15 november 2022;
- het verweerschrift van de vrouw (met productie 1 tot en met 12) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken), binnengekomen op 12 januari 2023;
- de brief van de man met aanvullende stukken (productie 14 tot en met 28), binnengekomen op 7 maart 2023;
- de aanvullende stukken (productie 13 en 14) van de vrouw, binnengekomen op 2 maart 2023.
2.Waar de procedure over gaat
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] .
- de door de man te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen met ingang van heden op nihil te stellen, alsmede de tot op heden door de man betaalde bijdrage te bepalen op hetgeen feitelijk door de man is betaald of op hem is verhaald, althans de door de man te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen met ingang van 24 mi 2020 op nihil te stellen en te bepalen dat, voor zover de man over de periode vanaf 23 mei 2020 tot heden meer heeft betaald die bijdrage tot heden wordt bepaald op hetgeen feitelijk door de man is betaald en/of op hem is verhaald, althans een eventuele achterstand in de nakoming van de verplichtingen van de man op nihil te stellen;
- de door de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen met ingang van heden te bepalen op € 61,- per kind per maand, alsmede te bepalen dat met ingang van de datum waarop de kinderen bij de man hun hoofdverblijf zullen hebben, de vrouw zal bijdragen met € 270,- per kind per maand.
3.De beoordeling
- de door de man te betalen kinderalimentatie met ingang van heden op nihil stellen;
- bepalen dat de kinderalimentatiebijdrage van de man tot op heden wordt bepaald op hetgeen feitelijk door de man is betaald;
- beslissen dat de vrouw een bedrag van € 61,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de man moet betalen, vanaf de datum van deze beschikking;
- beslissen dat de vrouw vanaf vandaag deze alimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;