ECLI:NL:RBMNE:2023:2003

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 mei 2023
Publicatiedatum
1 mei 2023
Zaaknummer
16/306541-22 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 48 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in explosiezaken te Hoef en Haag wegens onvoldoende bewijs

Op 2 juli 2022 vond een explosie plaats bij een woning te Hoef en Haag. Verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen en subsidiair van medeplichtigheid aan deze ontploffing. De officier van justitie baseerde zijn bewijs op getuigenverklaringen, camerabeelden, ANPR-gegevens en WhatsApp-berichten die verdachte in de buurt van de explosie en in contact met medeverdachten plaatsten.

De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende specifiek was, met name dat het signalement en de betrokkenheid van de taxi niet overtuigend waren vastgesteld. Ook ontbrak het bewijs dat verdachte daadwerkelijk de taxi bestuurde op het moment van de explosie.

De rechtbank oordeelde dat ondanks het bestaan van wettig bewijs dat verdachte mogelijk betrokken was, onvoldoende overtuiging bestond dat hij het feit heeft begaan zoals hem ten laste werd gelegd. De taxi waarvan verdachte gebruik zou hebben gemaakt was niet overtuigend gelinkt aan de explosie en de verklaringen waren onvoldoende specifiek. Verdachte werd daarom vrijgesproken van zowel het primair ten laste gelegde medeplegen als de subsidiaire medeplichtigheid.

Daarnaast werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De in beslag genomen telefoons en simkaarten werden aan verdachte teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs dat hij de explosie heeft veroorzaakt of daaraan medeplichtig was.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/306541-22 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 1 mei 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1975] te [geboorteplaats] (Marokko),
ingeschreven op de [adres] te [woonplaats] ,
hierna: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 april 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Eekhout, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht, namens de benadeelde partij [benadeelde] naar voren heeft gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
primair
op 2 juli 2022 te [woonplaats] , gemeente Vijfheerenlanden, al dan niet samen met anderen, een ontploffing heeft teweeg gebracht bij een woning aan de [adres] , terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen en/of gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
subsidiair
daarbij op 2 juli 2022 te Hoef en Haag, gemeente Vijfheerenlanden, medeplichtig is geweest.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.BEOORDELING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
Hij voert daartoe aan dat een krantenbezorger, getuige [getuige] , kort na de explosie een man in lichte bovenkleding zag rennen door de [straat] . Getuige [getuige] heeft bij het inrijden van de wijk rond 03:45 uur een taxi met brandende koplampen zien staan en heeft opgemerkt dat hij de man in de richting van de geparkeerde taxi zag rennen. Op beelden van deurbelcamera’s in de straat is te zien dat een persoon met lichte bovenkleding om 04:00 uur naar de betreffende woning loopt, voor de woning iets neerlegt en wegrent en dat 26 seconden later de explosie volgt. Uit opgevraagde ANPR-gegevens, camerabeelden van nabijgelegen bedrijventerreinen en een flitsfoto van een snelheidsovertreding die nacht om 03:38 uur volgt dat de taxi een Mercedes betrof met het kenteken [kenteken] en dat de bestuurder van dat voertuig lichtkleurige bovenkleding aan had.
Verdachte was destijds de gebruiker van de taxi met dit kenteken [kenteken] en uit Whatsapp-gesprekken volgt dat hij in de nacht van de explosie met zijn taxi op pad was. Nu verdachte zwijgt en het dossier geen aanknopingspunt biedt voor de veronderstelling dat iemand anders die nacht de taxi bestuurde, is de conclusie dat verdachte met zijn taxi nabij de explosie was. Dat verdachte degene is die het explosief heeft geplaatst en tot ontploffing heeft gebracht, volgt verder uit het telefonisch contact dat hij kennelijk heeft gehad met medeverdachten in dit onderzoek Sfinx en uit de omstandigheid dat hij kort na de explosie op zijn telefoon heeft gekeken naar de website 112-meldingen.nl. Bovendien komt het kledingsignalement van de bestuurder van de taxi en degene die het explosief heeft geplaatst, zoals beschreven door de krantenbezorger en de camerabeelden van de explosie en het bedrijventerrein, overeen.
Na deze bevindingen heeft verdachte er nog steeds voor gekozen te zwijgen, terwijl dit alles schreeuwt om een verklaring. Nu bovendien nergens uit blijkt dat verdachte daar met een ander was, kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte in zijn taxi naar de plaats delict is gereden, daar de ontploffing teweeg heeft gebracht en vanaf de plaats delict is weggereden, zoals primair aan hem is ten laste gelegd. De officier van justitie acht niet overtuigend te bewijzen dat verdachte het feit met een ander heeft gepleegd en vordert daarom dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van het hem primair ten laste gelegde medeplegen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Zij voert daartoe aan dat uit het summiere signalement van de dader, zoals dat volgt uit de verklaring van getuige [getuige] en de camerabeelden, niet blijkt dat verdachte de dader is. Evenmin kan met voldoende zekerheid worden gesteld dat de taxi met kenteken [kenteken] betrokken is geweest bij het tenlastegelegde. Het enkele feit dat zowel de bestuurder van deze taxi als de dader lichtkleurige bovenkleding droegen, is onvoldoende onderscheidend voor de conclusie dat dit één en dezelfde persoon is geweest. Daarnaast volgt niet uit het dossier dat verdachte die nacht de bestuurder is geweest van de taxi met het kenteken [kenteken] , dan wel dat hij die nacht in deze taxi heeft gezeten. De toenmalige eigenaar van het taxibedrijf heeft weliswaar verklaard dat verdachte in juli gebruik maakte van de taxi, maar er is geen nader onderzoek gedaan naar de exacte periode waarin verdachte over de taxi zou hebben beschikt en er is in dit kader bijvoorbeeld ook geen administratie overlegd. Dit brengt mee dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de taxi de desbetreffende nacht heeft gebruikt, dat hij toen in Hoef en Haag was en dat hij degene is die het explosief voor de woning heeft neergelegd. Op basis van het dossier kan ook geen andere rol in dit feitencomplex aan verdachte worden toegeschreven, zodat het openbaar ministerie er niet in is geslaagd te bewijzen dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan.
4.3
Het oordeel van de rechtbank: vrijspraak
De rechtbank zal verdachte van het hem tenlastegelegde vrijspreken en licht dat als volgt toe.
Uit het dossier volgt dat de taxi met kenteken [kenteken] op 2 juli 2022 zich op het moment van de explosie om 04:01 uur in de buurt, op 563 meter loopafstand, van de explosie bevond. Deze taxi stond op naam van een taxibedrijf, waarvan de toenmalige eigenaar heeft verklaard dat verdachte in de periode juli 2022 in de desbetreffende taxi heeft gereden. Ook volgt uit het dossier dat de bestuurder van de taxi bij een snelheidscontrole in oktober 2022, maanden na de explosie, gebruik maakte van een taxivergunning op naam van verdachte. Met de telefoon van verdachte is ongeveer een half uur na de explosie gezocht op de website 112meldingen.nl en vanaf die telefoon is die nacht in een whatsapp-gesprek gestuurd dat de gebruiker van de telefoon “aan het werk was” en “ging rijden”.
Naar het oordeel van de rechtbank roepen de voorgaande onderzoeksbevindingen vragen op over de betrokkenheid van verdachte bij de explosie. Verdachte heeft die vragen niet beantwoord, nu hij enkel heeft verklaard onschuldig te zijn en hij zich voor het overige op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Desondanks is de rechtbank er op basis van het dossier zoals dat voorligt, onvoldoende van overtuigd dat verdachte degene is geweest die het explosief heeft geplaatst, dan wel daaraan medeplichtig was.
Allereerst volgt uit het dossier niet buiten redelijke twijfel dat de taxi met het kenteken [kenteken] , waarover verdachte in juli 2022 zou hebben beschikt, daadwerkelijk bij de explosie is betrokken. Zo heeft getuige [getuige] enkel verklaard dat hij, ruim een kwartier voorafgaand aan de explosie, in de wijk een taxi had zien staan met de verlichting aan. Dit zou gaan om een zilverkleurige of lichtgrijze Volkswagen, mogelijk een Passat stationwagen, met een blauw kenteken. Over het kentekennummer heeft [getuige] niet verklaard. De taxi waarover verdachte zou hebben beschikt, betreft echter een witkleurige Mercedes-Benz. Daarbij komt dat getuige [getuige] vanuit de richting van de explosie weliswaar een man met lichtkleurige bovenkleding heeft zien rennen in de richting van waar de geparkeerde taxi stond, maar dat hij deze man niet in de buurt van de taxi heeft gezien.
Daarnaast volgt uit het beschikbare dossier niet dat verdachte op 2 juli 2022 de beschikking had over de taxi, en evenmin of hij als enige kon beschikken over de taxi. De enkele verklaring van de eigenaar van het taxibedrijf dat verdachte in juli in deze taxi heeft gereden, is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat verdachte de taxi ook in de nacht van de explosie heeft bestuurd. Ook overige onderzoeksbevindingen, waaronder onderzoek naar locatiegegevens aan de telefoon van verdachte en de inhoud van Whatsapp-gesprekken met (kennelijke) medeverdachten in het grotere onderzoek Sfinx, plaatsen verdachte de desbetreffende nacht niet in deze taxi noch op de plaats delict.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank, ondanks het bestaan van wettig bewijs dat verdachte bij de explosie betrokken kan zijn geweest, onvoldoende de overtuiging dat verdachte de feiten heeft begaan op de wijze zoals deze hem worden verweten. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van zowel het primair ten laste gelegde (mede)plegen van het teweeg brengen van de ontploffing als de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid daaraan.

5.BESLAG

5.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verbeurdverklaring van de in beslag genomen telefoons en simkaarten, omdat dit voorwerpen zijn met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat door de bepleite vrijspraak de in beslag genomen telefoons en simkaarten teruggegeven dienen te worden aan verdachte. Daarnaast ziet de verdediging geen verband tussen de in beslag genomen voorwerpen en het tenlastegelegde feit.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
  • Samsung A13 (MDRAB22001_746091);
  • Samsung A12 (MDRAB22001_746092);
  • simkaart (MDRAB22001_746093);
  • simkaart (MDRAB22001_746094).

6.BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van
€ 166.764,35. Dit bedrag bestaat uit € 164.264,35 materiële schade en € 2.500,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Ook vordert de benadeelde partij proceskosten ter hoogte van € 561,-.
6.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij te complex is voor dit strafproces en daarom niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw voert aan dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat verdachte zich hiertegen onvoldoende kan verweren, nu zij pas vlak voor de zitting kennis heeft kunnen nemen van deze vordering. Subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Meer subsidiair sluit zij zich aan bij het standpunt van de officier van justitie, namelijk dat de vordering te complex is voor het strafproces en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het hem tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

7.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
  • Samsung A13 (MDRAB22001_746091);
  • Samsung A12 (MDRAB22001_746092);
  • simkaart (MDRAB22001_746093);
  • simkaart (MDRAB22001_746094).
Benadeelde partij
- verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.J. van Yperen, voorzitter, mr. P.C. Quak en mr. O. Böhmer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 mei 2023.
Zijnde mr. Van Yperen buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 2 juli 2022, te [woonplaats] , gemeente Vijfheerenlanden, althans in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht in/bij (de directe nabijheid van) een (rijtjes)woning
(gelegen aan de [adres] ) door
- met één of meer electriciteitsdra(a)d(en) en/of een (elektrisch) ontstekingsmechanisme
en/of (een container met daarin) explosief materiaal (bestaande uit (onder meer)
kaliumperchloraat en/of aluminium(poeder)) naar die woning te gaan en/of
- ( vervolgens) die electriciteitsdra(a)d(en) en/of dat (elektrische) onstekingsmechanisme
en/of die/dat (container met daarin) explosief materiaal (bestaande uit (onder meer)
kaliumperchloraat en/of aluminium(poeder)) te installeren en/of te plaatsen bij de
(voor)deur van voornoemde woning en/of
- ( vervolgens) dat (elektrische) ontstekingsmechanisme in werking te stellen en/of die/dat
(container met daarin) explosief materiaal (bestaande uit (onder meer) kaliumperchloraat
en/of aluminium(poeder)) tot ontploffing te brengen en/of te laten brengen, dan wel op
andere wijze het ontstekingsmechanisme in/aan dat explosief materiaal (bestaande uit
(onder meer) kaliumperchloraat en/of aluminium(poeder)) af te laten gaan/in werking te
stellen, ten gevolge waarvan een ontploffing is ontstaan,
terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor één of meer
anderen (in die woning en/of in naastgelegen/omliggende woningen en/of passanten) en/of
gemeen gevaar voor die woning en/of naastgelegen/omliggende woning(en) en/of in de in
die woningen bevindende goederen en/of straatmeubilair, in elk geval gemeen gevaar voor
goederen, te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), op of omstreeks 2 juli 2022, te [woonplaats]
, gemeente Vijfheerenlanden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met
elkaar en/of met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg
heeft gebracht in/bij (de directe nabijheid van) een (rijtjes)woning (gelegen aan de [adres]
) door
- met één of meer electriciteitsdra(a)d(en) en/of een (elektrisch) ontstekingsmechanisme
en/of (een container met daarin) explosief materiaal (bestaande uit (onder meer)
kaliumperchloraat en/of aluminium(poeder)) naar die woning te gaan en/of
- ( vervolgens) die electriciteitsdra(a)d(en) en/of dat (elektrische) onstekingsmechanisme
en/of die/dat (container met daarin) explosief materiaal (bestaande uit (onder meer)
kaliumperchloraat en/of aluminium(poeder)) te installeren en/of te plaatsen bij de
(voor)deur van voornoemde woning en/of
- ( vervolgens) dat (elektrische) ontstekingsmechanisme in werking te stellen en/of die/dat
(container met daarin) explosief materiaal (bestaande uit (onder meer) kaliumperchloraat
en/of aluminium(poeder)) tot ontploffing te brengen en/of te laten brengen,
dan wel op andere wijze het ontstekingsmechanisme in/aan dat explosief materiaal
(bestaande uit (onder meer) kaliumperchloraat en/of aluminium(poeder)) af te laten
gaan/in werking te stellen, ten gevolge waarvan een ontploffing is ontstaan, terwijl daarvan
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor één of meer anderen (in die
woning en/of in naastgelegen/omliggende woningen en/of passanten) en/of gemeen gevaar
voor die woning en/of naastgelegen/omliggende woning(en) en/of in de in die woningen
bevindende goederen en/of straatmeubilair, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te
duchten was,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 2 juli 2022, te
[woonplaats] , gemeente Vijfherenlanden, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
- een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of één of meer electriciteitsdra(a)d(en)
en/of een (elektrisch) ontstekingsmechanisme en/of (een container met daarin) explosief
materiaal (bestaande uit (onder meer) kaliumperchloraat en/of aluminium(poeder)) op te
halen en naar voornoemde woning te rijden en/of
- ( vervolgens) terwijl die onbekend gebleven perso(o)n(en) zich met die één of meer
electriciteitsdra(a)d(en) en/of een (elektrisch) ontstekingsmechanisme en/of (een container
met daarin) explosief materiaal (bestaande uit (onder meer) kaliumperchloraat en/of
aluminium(poeder)) bij voornoemde woning bevind(t)(en), zich in de nabijheid van
voornoemde woning gereed te houden voor (gehaast) vertrek en/of vanuit de auto op de
uitkijk te staan.
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht, art 48 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht )