Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 4,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eisende partij] .
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen, die een relatie hadden en samenwoonden, kochten in 2016 samen een herdershond. Na het beëindigen van hun relatie en samenwoning in 2022 ontstond een geschil over het eigendom en de zorg voor de hond. De voorzieningenrechter concludeerde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat één partij alleen eigenaar was, waardoor gezamenlijk eigenaarschap werd aangenomen.
Op basis van artikel 3:169 BW Pro werd vastgesteld dat beide partijen ieder voor 50% het gebruiksrecht op de hond hebben. De voorzieningenrechter bepaalde een zorgregeling waarbij de hond om de veertien dagen wisselt van verblijfplaats, met de eerste overdracht bij de woning van de eiser. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het niet naleven van deze regeling.
Proceskosten werden niet toegewezen aan de eiser, aangezien slechts één van de drie vorderingen werd toegewezen en partijen in de toekomst contact moeten blijven houden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter legt een gedeelde zorgregeling voor de herdershond vast met een dwangsom bij niet-naleving en compenseert de proceskosten.