Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:1908

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 april 2023
Publicatiedatum
21 april 2023
Zaaknummer
UTR_22_4779
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting met proceskostenveroordeling

Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het parkeren zonder betaling op een gefiscaliseerde parkeerplaats. Nadat verweerder het bezwaar aanvankelijk ongegrond verklaarde, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure trok verweerder de naheffingsaanslag alsnog in en verklaarde het bezwaar gegrond.

Verweerder bood aan om het griffierecht en proceskosten te vergoeden, waarop eiseres toezegde het beroep in te trekken als het bedrag tijdig werd betaald. Op de zitting verschenen partijen niet en bleek dat betaling niet had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.

De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van de zaak. De uitspraak werd gedaan door rechter J.G. Nicholson op 6 april 2023 en is openbaar.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4779

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),
en

De heffingsambtenaar van gemeente Hilversum

(gemachtigde: mr. F. Darar).

Procesverloop

1.1.
Verweerder heeft aan eiseres op 17 juli 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] (de naheffingsaanslag) opgelegd van € 69,40, wegens het parkeren met een auto, merk Ford, kenteken [kenteken] , op een zogenaamde gefiscaliseerde parkeerplaats op het Melkpad in Utrecht, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.
1.2.
Bij uitspraak op bezwaar van 5 september 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.3.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
1.4.
Verweerder heeft op 15 november 2022 een verweerschrift ingediend.
1.5.
Verweerder heeft het bezwaar van eiseres bij brief van 16 maart 2023 alsnog gegrond verklaard en de naheffingsaanslag ingetrokken. Verweerder heeft zich bereid verklaard om een bedrag van € 50,- aan griffierecht en een bedrag van € 418,50 aan proceskosten voor het indienen van het beroepschrift te vergoeden (een totaalbedrag van € 468,50).
1.6.
Eiseres heeft per e-mailbericht van 18 maart 2023 toegezegd het beroep te zullen intrekken indien voornoemd totaalbedrag vóór de zitting op haar rekening is bijgeschreven.
1.7.
De rechtbank heeft het beroep op 22 maart 2023 op zitting behandeld via MS Teams. Eiseres en verweerder zijn, zonder bericht van verhindering, niet op de zitting verschenen. Op de zitting is niet gebleken dat verweerder een geldbedrag van € 468,50 aan eiseres heeft overgemaakt.

Overwegingen

2. Verweerder is eiseres in zijn brief van 16 maart 2023 volledig in haar beroep tegemoetgekomen. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 50,- vergoedt. Verder ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 0,5 omdat het gaat om een parkeerbelastingzaak).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Bouwman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023.
De griffier is verhinderddeze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.