ECLI:NL:RBMNE:2023:1878
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde melkveebedrijf met woning te hoog vastgesteld, beroep gegrond
Eiser is eigenaar van een melkveebedrijf met woning waarvan de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2020 is vastgesteld op €1.177.000,-. Eiser betwist deze waarde als te hoog en stelt een waarde van €1.069.250,- voor. De gemeente handhaaft de hogere waarde. De rechtbank beoordeelt de taxatie en constateert dat de waarde van de mestkelder en de grond bij de woning te hoog is vastgesteld. De mestkelderwaarde wordt met €14.000,- verlaagd en de grondoppervlakte bij de woning met 41 m² gecorrigeerd, wat leidt tot een lagere waarde.
Verder is er discussie over de omvang van de cultuurgrond die buiten de waardering moet blijven. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het grootste deel van de grond bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd en dus onder de vrijstelling cultuurgrond valt. Ook de waarde van de mestsilo en ligboxenstal worden beoordeeld, waarbij de rechtbank de taxatie van de gemeente volgt. Omdat de gemeente niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn lagere waarde juist is, stelt de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €1.173.000,-.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslagen onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van €2.445,62 en het griffierecht van €49,-. Tevens wordt een vergoeding van verletkosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 24 maart 2023.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €1.173.000,- en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.