Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met bijlagen van 31 maart 2023;
- de mondelinge behandeling op 5 april 2023.
2.De voorgeschiedenis
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen zijn gezamenlijk gezaghebbende ouders van een minderjarige. De rechtbank stelde bij beschikking een voorlopige zorgregeling vast waarbij de vader het kind eens in de veertien dagen van vrijdag tot zondag bij zich heeft. Partijen kwamen overeen dat de vader het kind eens per twee weken op vrijdag uit school haalt en maandagochtend weer naar school brengt.
De moeder schortte de zorgregeling eenzijdig op, waarna de vader in kort geding nakoming vorderde. De rechter oordeelde dat de moeder zonder geldige reden de zorgregeling heeft opgeschort en veroordeelde haar tot volledige medewerking aan de zorgregeling. De omgang vindt in principe plaats in de woonplaats van de vader zolang hij zijn adres niet aan de moeder geeft.
De rechter benadrukte het belang van ouderschapsbemiddeling om de verstandhouding te verbeteren, maar kon partijen daartoe niet verplichten. Een dwangsom werd niet opgelegd omdat partijen tijdens de zitting afspraken maakten. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Moeder wordt veroordeeld tot volledige medewerking aan de zorgregeling met omgang in woonplaats vader zolang adres onbekend blijft.