ECLI:NL:RBMNE:2023:1767

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
C/16/551948 / JE RK 23-206
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265d BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vader niet-ontvankelijk in verzoek tot beëindiging machtiging uithuisplaatsing wegens niet volgen voorgeschreven route

De vader van een minderjarige verzocht de rechtbank om de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn kind te beëindigen. De minderjarige was sinds januari 2019 uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld. De machtiging tot uithuisplaatsing was verlengd tot april 2023. De vader vroeg tevens het NIFP om advies over de beste woonoplossing voor het kind.

De rechtbank stelde vast dat de vader niet eerst een schriftelijk verzoek tot beëindiging van de machtiging bij de gecertificeerde instelling (GI) had ingediend, zoals vereist volgens artikel 1:265d BW. De vader had alleen een e-mail gestuurd zonder expliciet het verzoek te doen de machtiging te beëindigen.

Hierdoor volgde de vader niet de voorgeschreven procedure, waardoor hij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn verzoek bij de kinderrechter. De beschikking is openbaar uitgesproken en bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot beëindiging van de machtiging tot uithuisplaatsing wegens het niet volgen van de voorgeschreven procedure.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/551948 / JE RK 23-206
Datum uitspraak: 13 februari 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot beëindiging van de machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van

[vader] , hierna: de vader,

wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. C.J.P. Liefting,
betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] , hierna: de moeder,

wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. P.C. Smit,

de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND, hierna: de GI,

gevestigd te Utrecht ,

de familie [pleegouders] , hierna: de pleegouders,

wonende te [woonplaats 3] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek van de vader van 3 februari 2023 met bijlagen en de brief van 9 februari 2023 met bijlagen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 12 januari 2019 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna verlengd, voor het laatst tot 9 april 2023.
Sinds 12 januari 2019 is [minderjarige] uit huis geplaatst. De kinderrechter heeft bij beschikking van 8 april 2022 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin verlengd tot 9 april 2023.
Het verzoek
De vader verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te beëindigen, dan wel het NIFP een opdracht te geven de rechtbank te adviseren of een gang naar huis de beste optie voor [minderjarige] is en zo niet, wat dan wel.

De beoordeling

De kinderrechter zal de vader niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Op grond van het bepaalde in artikel 1:265d lid 2 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de met het gezag belaste ouder wegens gewijzigde omstandigheden de GI verzoeken de uithuisplaatsing te beëindigen. Uit lid 3 van dat artikel volgt dat de GI een schriftelijke beslissing neemt binnen twee weken na ontvangst van het verzoek van die ouder. Indien de GI daartoe niet, of niet tijdig, overgaat kan die ouder op grond van lid 4 van dat artikel hetzelfde verzoek aan de kinderrechter doen.
Uit het verzoekschrift van de vader blijkt niet dat de vader een verzoek zoals hierboven is bedoeld heeft ingediend bij de GI. De (advocaat van) vader heeft de GI op 31 januari 2023 enkel een mail gestuurd met de tekst: “
… maar het kan in het belang van [minderjarige] zijn dat Save zich openstelt voor deze gedachte; is het een idee om uit te zoeken of het inderdaad zo is dat [minderjarige] toch een verlangen heeft om terug naar huis te gaan, hoe ingewikkeld dat ook is voor hem …”.Uit deze mail aan de GI blijkt niet dat de vader de GI daadwerkelijk vraagt om de machtiging tot uithuisplaatsing te beëindigen. Nu hij dat niet heeft gedaan heeft hij de in artikel 1:265d BW voorgeschreven route niet gevolgd. Dat maakt dat hij kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn verzoek aan de kinderrechter.

De beslissing

De kinderrechter:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Clement, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.