Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte,houdende de verklaring van aangever [B] , namens zijn dochter [slachtoffer (voornaam)] , inhoudende, zakelijk weergegeven: [2]
proces-verbaal van bevindingenuitwerken getuigenverhoor van [slachtoffer (voornaam)] , inhoudende, zakelijk weergeven: [3]
G : Gewoon in [plaats 1] .
[.] : Want je zegt: "Z'n broek was naar beneden." En wat zie je dan nog meer bij [verdachte (voornaam)] ?
G : De piemel.
[.] : De piemel. Dus je hebt de piemel gezien van [verdachte (voornaam)] ?
[.] : En hoe zag die eruit?
G : Een beetje nat en hij stond een beetje naar voor.
G : Eén.
: Eén hand. En wat doe je dan met je hand?
G : Toen moet ik aan z'n piemel zo trekken.
: En hoe weet je dat, dat je dat moet doen?
G : Omdat dat [verdachte (voornaam)] vaak doet. Dat doet [verdachte (voornaam)] heel vaak dan moet ik gewoon heel vaak komen.
G : Dat vind ik niet zo leuk.
[.] : Nee, dat hoor ik dat je dat zegt dat je dat niet zo leuk vindt. En je zegt dan: "Dat doet [verdachte (voornaam)] vaak."
Begrijp ik dan dat je dat hebt gezien dat [verdachte (voornaam)] dat doet?
G : Ja
G : Ja, een beetje eraan trekken.
: Een beetje eraan trekken. Okay, en hoe voelt dat dan?
G : Een beetje nat en een beetje zacht.
G : lk stond.
: Je stond. En [verdachte (voornaam)] ?
G : En [verdachte (voornaam)] zit.
[.] : En [verdachte (voornaam)] zit. En waar zit [verdachte (voornaam)] op?
G : Op bed.
G : voor hem
G : En verder mocht ik verder doorspelen en toen nog een keer.
: En wat deed [verdachte (voornaam)] dan?
G : Toen ging ie mij weer roepen.
[.] : toen ging ie jou weer roepen. En wat gebeurde er toen, toen ie jou weer ging roepen?
G : Toen ging, moest ik nog een keer aan z'n piemel zitten.
: En wat vind je daarvan?
G : Niet leuk.
: Want?
G : Om... Omdat, ik dat zo... Omdat ik... Omdat ik het gewoon niet wil.
G : Ja.
[.] : Wanneer gebeurde dat?
G : Vaak als ik... Als ik naar [F (voornaam)] ga.
[.] : Als je naar [F (voornaam)] gaat. En waarom ga je naar [F (voornaam)] ?
G : Dat is de oppas.
proces-verbaal voorlopige samenvatting studioverhoor, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , inhoudende, zakelijk weergegeven: [4]
schriftelijk bescheid, te weten een rapportage diagnostiek en behandeling van [slachtoffer (voornaam)] van 3 september 2020, opgesteld door mw. drs. [C] , Gezondheidszorgpsycholoog en mw. [D] , maatschappelijk werkster, voor zover van belang, zakelijk weergegeven: [5]
proces-verbaal van verhoor getuige, houdende de verklaring van de getuige [A] , de moeder van [slachtoffer (voornaam)] , inhoudende, zakelijk weergegeven: [6]
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2023, inhoudende, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
gevangenisstraf van tien (10) maanden;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 10.539,42, bestaande uit een vergoeding van € 539,42 voor materiële schade en een vergoeding van € 10.000,00 voor immateriële schade;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [A] toe tot een bedrag van € 3.350,81, bestaande uit een vergoeding van € 850,81 voor materiële schade en een vergoeding van € 2.500,00 voor immateriële schade;
- verklaart [A] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 3.350,81 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 43 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [B] toe tot een bedrag van € 3.055,21, bestaande uit een vergoeding van € 555,21 voor materiële schade en een vergoeding van € 2.500,00 voor immateriële schade;
- verklaart [B] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [B] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [B] aan de Staat € 3.055,21 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.