Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 27 september 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestelling. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen een termijn alsnog een besluit te nemen.
Gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen acht de rechtbank de standaardtermijn van twee weken te kort en stelt een termijn van twaalf weken vanaf het verweerschrift vast, met een verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.