ECLI:NL:RBMNE:2023:1682
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €404.000 per 1 januari 2021, en bepleitte een lagere waarde van €377.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen lagen in dezelfde omgeving, waren vergelijkbaar qua bouwjaar en kenmerken, en de verschillen waren adequaat gecorrigeerd. De door eiser aangevoerde bezwaren, zoals het betwisten van het indexeringspercentage en het ontbreken van inzage in stukken, werden niet gegrond verklaard.
Ook de specifieke argumenten over de hoekwoning als referentieobject en de ligging nabij een rivier met recreatiegebied werden door de rechtbank weerlegd. De heffingsambtenaar had toegelicht dat de meerwaarde van een hoekwoning in de grondwaarde was verwerkt en dat de ligging in de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen was verdisconteerd.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk heeft gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van €404.000 wordt gehandhaafd.