ECLI:NL:RBMNE:2023:1654

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
UTR 22/1396-V
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers, maar de rechtbank heeft dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet op tijd was betaald. Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld.

De rechtbank beoordeelt dat het verzetschrift te laat is ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken, en dat opposant geen geldige reden heeft opgegeven voor de vertraging. Hoewel het griffierecht inmiddels wel is betaald, is dit te laat gebeurd.

Daarom blijft de eerdere uitspraak van niet-ontvankelijkheid in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard. Wel wordt het te laat betaalde griffierecht terugbetaald aan opposant. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van het verzetschrift zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1396-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2023 op het verzet van

[opposant] , te [woonplaats] , opposant.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers van 24 januari 2022.
In de uitspraak van 25 augustus 2022 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 25 augustus 2022 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet (op tijd) is betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Opposant is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank van 25 augustus 2022. Daarom heeft hij verzet ingesteld. De rechtbank vindt dat de uitspraak van 25 augustus 2022 in stand kan blijven. Zij legt hierna uit waarom.
3. Een verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat de uitspraak van de rechtbank is verzonden. In dit geval is de uitspraak van 25 augustus 2022 op diezelfde dag verzonden. Het verzetschrift had dus uiterlijk op 6 oktober 2022 ingediend moeten zijn. De rechtbank heeft het verzet ontvangen op 13 oktober 2022. Dat is te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het verzetschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar opposant niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft opposant op 26 oktober 2022 een brief gestuurd en gevraagd waarom hij zijn verzetschrift te laat heeft ingediend. Opposant heeft hier met een brief van
7 november 2022 op gereageerd. Hij schrijft dat hij op 25 augustus 2022 tot zijn verbazing heeft vernomen dat een vereenvoudigde behandeling heeft plaatsgevonden, omdat het griffierecht niet betaald zou zijn. Hij heeft daarop op 13 oktober 2022 contact opgenomen met de rechtbank, waarbij een medewerker collega de betaling inderdaad heeft gevonden. Vervolgens heeft opposant via email (Zivver) aangegeven dat hij wel heeft betaald.
5. Het enige dat de rechtbank op dit moment moet beoordelen, is of opposant het verzetschrift op tijd heeft ingediend. Dit is niet het geval. Opposant heeft ook geen verschoonbare reden opgegeven waarom hij niet binnen de termijn van zes weken een verzetschrift heeft ingediend.
6. Omdat opposant het griffierecht inmiddels wel heeft betaald, maar te laat, zal het griffierecht aan opposant worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2023.
de griffier is verhinderd de
uitspraak te ondertekenenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.