ECLI:NL:RBMNE:2023:159
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning in Utrecht per 1 januari 2020 vast op €874.000,-. Eiseres betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €849.000,- voor. De rechtbank behandelde het beroep op 17 november 2022 en beoordeelde of de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde de waarde in het economisch verkeer weerspiegelt.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in de nabijheid, die qua ligging, bouwjaar en uitstraling voldoende vergelijkbaar waren. De rechtbank oordeelde dat hiermee voldoende rekening was gehouden met onderlinge verschillen en dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Eiseres trok enkele beroepsgronden in en bracht een nieuwe grond pas tijdens de zitting naar voren, welke de rechtbank wegens strijd met de goede procesorde niet behandelde. Ook de stelling over onvoldoende privacy werd door de rechtbank niet gevolgd, omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de privacy vergelijkbaar was met die van referentiewoningen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R. in 't Veld op 19 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.