Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
zware mishandeling;
subsidiair:
poging tot zware mishandeling;
meer subsidiair:
mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van verhoor aangeefstervan 21 maart 2022 en bijbehorende fotobijlage blijkt dat [slachtoffer] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard omtrent de mishandeling en het letsel:
proces-verbaal van bevindingenvan 22 maart 2022 volgt dat verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben verklaard over de 112-melding:
proces-verbaal verhoor van getuigevan 22 maart 2022 blijkt dat [getuige] (de vader van aangeefster) onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard omtrent de mishandeling en het letsel van aangeefster:
geneeskundige verklaringvan 22 maart 2022 blijkt dat de huisarts onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
verklaring van verdachte ter terechtzittingvan 24 maart 2023 blijkt dat verdachte onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van bevindingenvan 9 mei 2022 volgt dat verbalisant [verbalisant 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard omtrent het onderzoek aan de inbeslaggenomen telefoon van verdachte:
proces-verbaal van bevindingenvan 23 maart 2022 volgt dat verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben verklaard:
proces-verbaal van bevindingenvan 9 mei 2022 volgt dat verbalisant [verbalisant 6] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal onderzoek verdovende middelenvan 29 maart 2022 volgt dat verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben verklaard:
NFiDENT rapportenvan 25 maart 2022 en 28 maart 2022, volgt dat ing. M. Visser – van Leeuwen en ing. N. van Doorn onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben gerapporteerd:
Ter terechtzittingvan 24 maart 2023 heeft verdachte onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
zijnde amfetamine en MDMA, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
poging tot zware mishandeling;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
Reclasseringsadviesvan 27 februari 2023, uitgebracht door Inforsa. Hierin komt naar voren dat bij verdachte mogelijk sprake is van ADHD. Hierdoor heeft hij moeite met 'timemanagement' en moet hij soms kiezen tussen zijn werk en zijn afspraken bij de hulpverlening. Verdachte kwam zijn afspraken binnen het schorsingstoezicht redelijk goed na en de behandeling bij FAZ Inforsa (Forensische Ambulante Zorg), voornamelijk gericht op agressieregulatie, was gestart. Hier hield hij zich ook redelijk goed aan de afspraken. De reclassering geeft verder aan dat de voorlopige hechtenis van verdachte op 1 april 2022 is geschorst, waarbij algemene en bijzondere voorwaarden zijn gesteld. Aangezien verdachte al eerder een waarschuwing had gekregen wegens het overtreden van het contactverbod en niettemin wederom contact had gezocht met het slachtoffer, is besloten om de schorsing negatief te retourneren. Verdachte is vervolgens op 28 september 2022 aangehouden en op 29 september wederom geschorst van preventieve hechtenis, onder dezelfde voorwaarden, waaronder een contactverbod met het slachtoffer. Op 30 januari 2023 is er wederom een verzoek tot aanhouding uitgegaan omdat verdachte het contactverbod weer meerdere malen had overtreden. De reclassering is van mening dat de relatie tussen verdachte en zijn ex-vriendin een ongezonde dynamiek heeft. Ondanks dat er een contactverbod was opgelegd, blijft verdachte contact zoeken met het slachtoffer of reageert hij op haar berichten. Verdachte heeft gezegd dit in de toekomst niet meer te zullen doen, maar dit heeft hij al eerder aan de reclassering beloofd. De reclassering weet niet of een contactverbod haalbaar is, omdat er een gerede kans bestaat dat verdachte dan binnen afzienbare tijd wederom gedetineerd raakt. Een contactverbod zal mogelijk wel de enige maatregel kunnen zijn om 'zicht te houden' op de ontwrichte relatie van verdachte en zijn ex-vriendin. Mocht zijn ex-vriendin wel weer contact zoeken, dan zal verdachte nauw contact moeten blijven houden met de reclassering en FAZ Inforsa. Hij kan dan begeleid worden in de wijze waarop hij met deze berichten van zijn ex-vriendin om moet gaan. Het risico op recidive, letselschade en onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld. Indien een deels voorwaardelijke straf wordt opgelegd, dan adviseert de reclassering oplegging van de volgende bijzondere voorwaarden:
uittreksel uit de justitiële documentatievan
9.BESLAG
Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met strafrechtelijke beslagtitel’van 21 februari 2023 is beslag gelegd op:
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 12 maanden;
4 (vier) maandenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- legt aan verdachte op de
- beveelt dat verdachte
- zich niet ophoudt in een straal van 500 meter rondom de woning van [slachtoffer] , gelegen aan het [adres] te [woonplaats] ;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer] (geboren op [1995] te [geboorteplaats] ) en met haar dochter;
dadelijk uitvoerbaaris;
- 38 STK verdovende middelen (geel/wit), nummer G2965968;
- 3 STK verdovende middelen, nummer G2965971;
- 1 STK Xtc (zalmkleurige zeskant), nummer G2965972;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.903,24 (€ 903,24 voor materiële schade en € 2.000, - voor immateriële schade);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2022 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.903,24 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 39 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.