Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een de verdachte betreffend
- een
- een
- een
9.BENADEELDE PARTIJ
- € 140, - aan kosten voor het vervangen van de kleding die het slachtoffer droeg tijdens de strafbare feiten;
- € 2.000, - aan kosten die gemaakt zijn door de moeder van de benadeelde partij ten behoeve van een reis naar Suriname.
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van acht (8) jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 10.276,70 (€ 276,70 voor materiële schade en € 10.000, - voor immateriële schade);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 10.276,70 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 86 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.